Inleiding: De machtige tegenstanders van de vroege kerk
Handelingen 4:6 noemt de invloedrijke religieuze leiders die betrokken waren bij het verhoor van Petrus en Johannes: 'met de hogepriester Annas, Kajafas, Johannes, Alexander en alle andere leden van het hogepriesterlijke geslacht.' Dit vers onthult de georganiseerde oppositie tegen de groeiende christelijke beweging.
Wie waren deze machtige figuren?
Annas wordt hier 'de hogepriester' genoemd, hoewel hij officieel niet meer in functie was. Van 6-15 na Christus was hij de werkelijke hogepriester, maar de Romeinen hadden hem afgezet. Desondanks behield hij enorme invloed en werd nog steeds als de echte hogepriester beschouwd door veel Joden.
Kajafas was van 18-36 na Christus de officiële hogepriester en schoonzoon van Annas. Hij leidde het proces tegen Jezus (Johannes 11:49-50) en was een sleutelfiguur in de kruisiging. Zijn aanwezigheid bij dit verhoor toont de ernst waarmee de religieuze elite de christelijke beweging benaderde.
Johannes en Alexander worden verder niet geïdentificeerd in de Schrift, maar behoorden duidelijk tot de hogepriesterlijke families die de tempel controleerden.