De tekst en context
Handelingen 17:6 luidt: 'Toen ze hen niet konden vinden, sleepten ze Jason en enkele andere gelovigen voor de stadsbestuurders en schreeuwden: Deze mannen die de hele wereld op zijn kop hebben gezet, zijn nu ook hier gekomen!' Dit vers is onderdeel van Paulus' tweede zendingsreis, toen hij samen met Silas het evangelie predikte in Tessalonica.
De kracht van een beschuldiging
De beschuldiging 'de wereld op zijn kop zetten' is een vertaling van het Griekse woord 'anastatoo', wat letterlijk betekent 'omverwerpen' of 'in opschudding brengen'. De tegenstanders van het evangelie gebruikten deze woorden als een negatieve beschuldiging, maar onbedoeld spraken ze een diepe waarheid uit over de kracht van het evangelie.
Historische context van de beschuldiging
In het Romeinse Rijk was sociale stabiliteit van het grootste belang. Elke beweging die de bestaande orde kon verstoren werd met argwaan bekeken. De Joden in Tessalonica beschuldigden Paulus en Silas ervan sedert te plegen tegen keizer Claudius door te beweren dat Jezus koning was (vers 7). Dit was een zeer ernstige aanklacht die levensgevaarlijk kon zijn.