Inleiding tot Handelingen 15
Handelingen 15 beschrijft een van de meest beslissende momenten in de vroege kerkgeschiedenis: het Apostelconcilie in Jeruzalem. Dit hoofdstuk markeert het keerpunt waarbij de christelijke kerk definitief de deur opende voor heidenen zonder dat zij eerst de Joodse wet hoefden na te leven. De vraag die centraal staat is fundamenteel: moeten heidenen die christen worden eerst joden worden door besnijdenis en het naleven van de Mozaïsche wet?
Het conflict over besnijdenis (verzen 1-5)
Het hoofdstuk begint met een serieus conflict in Antiochië. Sommige mannen uit Judea kwamen naar de gemeente en leerden: "Tenzij gij besneden wordt naar de wijze van Mozes, kunt gij niet zalig worden" (vers 1). Dit creëerde een heftige discussie met Paulus en Barnabas, die op hun zendingsreizen hadden gezien hoe God krachtig werkte onder de heidenen zonder dat besnijdenis nodig was.
Deze controverse was niet slechts een theologisch meningsverschil, maar raakte de kern van het evangelie. Ging het om genade alleen, of om genade plus werken van de wet? De gemeente in Antiochië besloot Paulus en Barnabas naar Jeruzalem te sturen om deze kwestie met de apostelen en ouderlingen te bespreken.