De tekst van Genesis 9:3
Genesis 9:3 luidt in de NBV: 'Alles wat leeft en beweegt mag je eten, net als het groene gewas geef ik het je allemaal.' In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst staat 'kol-remes asher hu-chai lachem yihyeh le-ochlah' (כל־רמש אשר הוא־חי לכם יהיה לאכלה), wat letterlijk betekent: 'alle kruipende dieren die leven zullen voor jullie tot voedsel zijn'.
Revolutionaire verandering in voedselwetten
Dit vers markeert een fundamentele verschuiving in Gods instructies aan de mensheid betreffende voedsel. Oorspronkelijk, in Genesis 1:29-30, gaf God alleen planten, vruchten en zaden als voedsel aan mensen en dieren. Na de zondvloed breidt God dit uit naar alle levende wezens.
Het Hebreeuwse woord 'remes' (רמש) verwijst naar alle kleine kruipende en bewegende dieren, maar in deze context wordt het ruimer gebruikt voor alle dierlijk leven. Het woord 'chai' (חי) betekent 'levend' en benadrukt dat het gaat om levende wezens.
Theologische betekenis binnen het Noachitische verbond
Genesis 9:3 staat binnen de context van Gods verbond met Noach na de zondvloed (Genesis 9:1-17). Dit vers is onderdeel van Gods hernieuwde zegen over de mensheid. De toestemming om vlees te eten kan gezien worden als:
1. Praktische voorziening: Na de zondvloed was de plantenwereld waarschijnlijk beperkt beschikbaar
2. Nieuwe orde: Een herstructurering van de schepping na het oordeel
3. Anticipatie op de wet: Een voorloper van latere voedselwetten in de Mozaïsche wet