Inleiding: Jakob's zegening over Ruben
Genesis 49:3 opent Jakob's laatste woorden tot zijn zonen met een aansprekende beschrijving van Ruben: 'Ruben, mijn eerstgeborene, jij bent mijn kracht en het begin van mijn mannelijkheid, de eerste in waardigheid en de eerste in macht.' Deze woorden vormen onderdeel van de sterfbedzegeningen die de patriarch Jakob (Israël) uitspreekt over zijn twaalf zonen.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
De Hebreeuwse tekst gebruikt krachtige bewoordingen. Het woord voor 'kracht' (כֹּחִי, kochi) verwijst naar Jakob's fysieke en geestelijke kracht. 'Het begin van mijn mannelijkheid' (רֵאשִׁית אוֹנִי, reishit oni) spreekt van Ruben als eerste vrucht van Jakob's mannelijke potentie. De woorden 'waardigheid' (שְׂאֵת, se'et) en 'macht' (עֹז, oz) benadrukken de status die traditioneel aan de eerstgeborene toebehoorde.
Het eerstgeboorterecht in de Bijbelse cultuur
In de Bijbelse tijd had de eerstgeborene zoon een bijzondere positie. Hij erfde een dubbel deel van de nalatenschap en werd vaak de leider van de familie na de dood van zijn vader. Ruben, als eerstgeborene van Jakob, zou normaal gesproken deze voorrechten hebben ontvangen.