De tekst van Genesis 47:12
Genesis 47:12 luidt: "En Jozef voorzag zijn vader en zijn broeders en het ganse huis zijns vaders van brood, naar de mond van de kleine kinderen." In modernere vertalingen staat er: "Jozef voorzag zijn vader en zijn broers en heel de familie van zijn vader van voedsel, naar het aantal van hun kinderen."
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor "voorzag" is kûl (כול), wat betekent "onderhouden", "voeden" of "verzorgen". Dit gaat verder dan alleen het geven van voedsel - het wijst op volledige zorg en ondersteuning.
De uitdrukking "naar de mond van de kleine kinderen" (lepî haṭap) is bijzonder betekenisvol. Het Hebreeuwse woord ṭap verwijst naar kleine kinderen, en de hele uitdrukking betekent "volgens het aantal gezinsleden" of "naar behoefte". Dit toont aan dat Jozef zorgvuldig rekening hield met de behoeften van elk gezinslid, waarbij hij bijzondere aandacht had voor de kwetsbaren.
Context binnen het verhaal
Dit vers staat in het hart van het verhaal over de hongersnood in Egypte. Jozef, die ondertussen minister van voedselvoorziening was geworden, had zijn familie naar Egypte laten komen om hen te redden van de hongersnood in Kanaän. Het land Gosen werd hun toegewezen als woonplaats.