De Tekst van Genesis 31:29
Genesis 31:29 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Ik zou jullie kwaad kunnen doen, maar gisterenavond heeft de God van jullie vader tegen mij gezegd: Zorg ervoor dat je Jakob geen kwaad of goed toespreekt.' Dit vers staat centraal in de confrontatie tussen Laban en Jakob, waarbij Laban openlijk erkent zowel zijn eigen macht als Gods superieure autoriteit.
De Betekenis van de Woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'macht' hier is 'el, wat letterlijk 'kracht' of 'vermogen' betekent. Laban erkent dat hij fysiek en numeriek sterker is - hij heeft mannen bij zich en zou Jakob kunnen overmeesteren. Het woord voor 'kwaad' (ra') kan zowel fysiek geweld als algemene schade betekenen.
De uitdrukking 'van goed tot kwaad' is een Hebreeuwse manier om 'helemaal niets' te zeggen. God heeft Laban dus gewaarschuwd om helemaal niets tegen Jakob te zeggen - noch positief noch negatief.
Gods Beschermende Hand
Dit vers illustreert prachtig hoe God zijn volk beschermt, zelfs door de harten van hun vijanden te beïnvloeden. Laban was woedend omdat Jakob was weggetrokken zonder afscheid te nemen en zijn huisgoden had meegenomen (hoewel dat zonder Jakobs medeweten gebeurde door Rachel). Normaal gesproken zou Laban zijn toorn hebben gekoeld door geweld of dwang.
Maar God kwam tussenbeide door Laban in een droom te waarschuwen. Dit toont aan dat niets buiten Gods controle valt, zelfs niet de plannen van degenen die zijn volk kwaad willen doen.