De Context van Genesis 31:18
Genesis 31:18 staat in het hart van het verhaal over Jakobs vertrek uit Mesopotamië. Dit vers luidt: 'En hij voerde al zijn vee weg en al zijn have die hij verworven had, het vee van zijn bezit, dat hij verworven had in Paddan-Aram, om naar zijn vader Izaäk te gaan naar het land Kanaän.'
Woordbetekenis en Vertaling
Het Hebreeuwse woord voor 'vee' (מקנה, miqneh) verwijst naar alle soorten vee die als bezit golden. Dit was in die tijd de hoofdbron van rijkdom. Het woord 'have' (רכוש, rekush) betekent verworven bezittingen of eigendom. 'Paddan-Aram' verwijst naar het gebied in Noord-Mesopotamië waar Laban woonde, ook wel bekend als Aram-Naharaim.
Theologische Betekenis
Dit vers illustreert Gods trouw aan Zijn beloften. Twintig jaar eerder was Jakob als vluchteling naar Laban gekomen, alleen met zijn staf (Genesis 32:10). Nu keert hij terug als een welvarende man met grote kuddes en een grote familie. Dit toont Gods zegening en voorzienigheid in Jakobs leven.
De nadruk op 'dat hij verworven had' onderstreept dat Jakob zijn rijkdom eerlijk heeft verdiend door hard werken, ondanks Labans pogingen hem te bedriegen.
Jakob alsVoorbeeld van Geloof
Jakobs vertrek met al zijn bezittingen toont zijn gehoorzaamheid aan Gods roeping. Hij verlaat de zekerheid van Mesopotamië om Gods belofte van het beloofde land na te jagen. Dit vereiste groot geloof en moed.