De tekst van Genesis 26:12
Genesis 26:12 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Izaäk zaaide in dat land en kreeg datzelfde jaar honderdvoud, want de HEER zegende hem.' Dit vers beschrijft een opmerkelijk moment in het leven van Izaäk, de zoon van Abraham, waarbij Gods zegen zich op spectaculaire wijze manifesteert.
Historische en literaire context
Dit vers staat midden in het verhaal van Izaäk's verblijf in Gerar, het land van de Filistijnen. Net als zijn vader Abraham werd Izaäk geconfronteerd met hongersnood in het land. In tegenstelling tot Abraham, die naar Egypte trok, gehoorzaamde Izaäk aan Gods bevel om in het beloofde land te blijven (Genesis 26:2-3). Deze gehoorzaamheid vormt de achtergrond voor de buitengewone zegen die volgt.
Betekenis van de kernwoorden
Het Hebreeuwse woord 'zara' betekent letterlijk 'zaaien' of 'uitstrooien', wat verwijst naar de landbouwpraktijk van het uitstrooien van zaad. Het woord 'me'ah she'arim' (honderdvoud) duidt op een buitengewoon grote oogst. In de oudheid was een tienvoudige opbrengst al uitzonderlijk, maar honderdvoud was werkelijk wonderbaarlijk. Het Hebreeuwse 'berech YHVH' (de HEER zegende hem) benadrukt dat deze voorspoed geen toeval was, maar een directe daad van God.