De tekst van Genesis 20:14
Genesis 20:14 luidt: 'Toen nam Abimelech schapen, en runderen, en dienstknechten, en dienstmaagden, en gaf ze aan Abraham; en hij gaf hem Sara, zijn huisvrouw, weder.' Deze vers toont de oplossing van een gespannen situatie tussen Abraham en koning Abimelech van Gerar.
Context van het verhaal
Dit vers staat in het verhaal waarin Abraham en Sara naar Gerar reizen. Uit vrees voor zijn leven vertelt Abraham dat Sara zijn zuster is, wat technisch half waar was maar misleidend. Koning Abimelech neemt Sara tot zich, maar God waarschuwt hem in een droom dat zij getrouwd is. In vers 14 zien we Abimelechs reactie: hij geeft niet alleen Sara terug, maar voegt er royale geschenken aan toe.
Betekenis van de geschenken
Het Hebreeuwse woord voor 'nam' (laqach) heeft hier de betekenis van 'verzamelen' of 'bijeenbrengen'. Abimelech geeft Abraham kleinvee (tso'n), rundvee (baqar), mannelijke slaven ('avadim) en vrouwelijke slaven (shefachot). Deze geschenken waren niet alleen een gebaar van goodwill, maar ook een vorm van schadevergoeding en een erkenning van Abrahams status als Gods gezant.