Genesis 14:7 Volledige Tekst
'Toen keerden zij om en kwamen naar En-Misjpat, dat is Kadesj. Zij sloegen heel het gebied van de Amalekieten en ook de Amorieten die in Hazezon-Tamar woonden.'
Context van Genesis 14:7
Dit vers staat midden in het verhaal van de 'oorlog der koningen' uit Genesis 14. Vier oosterse koningen, onder leiding van Kedorlaömer van Elam, hadden een strafexpeditie ondernomen tegen rebelse vazalstaten in het gebied rond de Dode Zee. Na hun overwinning op de vijf koningen van de vlakte (waaronder Sodom en Gomorra), keren zij huiswaarts en veroveren onderweg nog meer gebieden.
Geografische Betekenis
En-Misjpat betekent letterlijk 'bron van het recht' in het Hebreeuws. De tekst verduidelijkt dat dit Kadesj is, een belangrijke oase in de woestijn Zin, ongeveer 80 kilometer ten zuiden van Beerseba. Deze plek zou later van grote betekenis worden voor Israël tijdens de woestijnreis.
Hazezon-Tamar wordt in 2 Kronieken 20:2 geïdentificeerd met En-Gedi, een oase aan de westkust van de Dode Zee bekend om zijn palmbomen (tamar = palm).
De Verslagen Volkeren
De Amalekieten waren een nomadisch volk dat later Israëls aartsvijand zou worden. Hier worden zij genoemd voordat zij als volk volledig gevormd waren, wat wijst op de profetische aard van de tekst.