Inleiding tot Galaten 2
Galaten hoofdstuk 2 vormt een cruciaal onderdeel van Paulus' verdediging van het evangelie van genade. In dit hoofdstuk laat de apostel zien dat zijn boodschap niet alleen door God is gegeven, maar ook erkend wordt door de andere apostelen in Jeruzalem. Tegelijkertijd confronteert hij de verkeerde praktijken die de eenheid van de kerk bedreigen.
Paulus' Reis naar Jeruzalem (vers 1-10)
De Aanleiding voor de Reis
Veertien jaar na zijn bekering gaat Paulus opnieuw naar Jeruzalem, nu samen met Barnabas en Titus. Deze reis gebeurt 'naar een openbaring' (vers 2), wat betekent dat God hem hiertoe heeft geleid. Dit toont aan dat Paulus niet eigenmachtig handelt, maar onder goddelijke leiding staat.
Het Overleg met de Apostelen
Paulus legt zijn evangelie voor aan de leidende apostelen, niet omdat hij twijfelt aan zijn boodschap, maar om ervoor te zorgen dat hij 'niet tevergeefs loopt of gelopen heeft' (vers 2). Het gaat hier om de eenheid van de kerk en de erkenning van zijn apostelschap.
Titus: Een Testcase
De aanwezigheid van Titus, een onbesneden Griek, wordt een belangrijke testcase. De apostelen dwingen hem niet tot besnijdenis, wat bewijst dat heidenen niet eerst Joden hoeven te worden om christen te kunnen zijn.