De Noordelijke Poort van de Tempel
Ezechiel 40:36 luidt: "met zijn wachtkamers, pilasters en voorhal. Ook deze poort was vijftig el lang en vijfentwintig el breed." Dit vers vormt onderdeel van Ezechiëls gedetailleerde beschrijving van de noordelijke poort van de nieuwe tempel.
Context van de Tempelvisie
Dit vers bevindt zich midden in Ezechiëls monumentale tempelvisie (hoofdstuk 40-48), die hij ontving tijdens de Babylonische ballingschap rond 573 v.Chr. Na de verwoesting van Jeruzalem en de tempel toont God aan Ezechiël een visioen van een nieuwe, heerlijke tempel. Deze beschrijving dient als boodschap van hoop en herstel voor het ballingschap-volk.
Betekenis van de Architecturale Details
De wachtkamers (Hebreeuws: ta'im) waren kleine ruimtes waar tempelwachters zich ophielden. De pilasters (elim) waren decoratieve zuilen of pilaren die de poort versterkten en verfraaidden. De voorhal (ulam) was een portiek of vestibule die toegang gaf tot de binnenste delen van de tempel.
De afmetingen - vijftig el lang en vijfentwintig el breed - tonen de grootsheid van deze poort. Een el bedroeg ongeveer 45-50 centimeter, wat deze poort ongeveer 22-25 meter lang en 11-12 meter breed maakt.