De tekst van Ezechiel 32:13
'Al hun vee zal ik doen verdwijnen van de oevers van de vele wateren. Geen mensenvoet zal ze meer beroeren, geen hoef van het vee zal ze meer verstoren.' (NBV)
Context in Ezechiel 32
Ezechiel 32:13 staat in het midden van een uitgebreide profetie tegen Egypte en zijn farao. Dit hoofdstuk gebruikt krachtige beeldspraak van wateren, zeeën en monsters om de val van deze wereldmacht te beschrijven. Het vers komt na de beschrijving van hoe God Egypte zal 'uitvissen' en de wateren helder zal maken.
Betekenis van de beeldspraak
Het 'vee bij de wateren' verwijst naar de rijkdom en voorspoed van Egypte. De Nijl was de levensader van Egypte, waar grote kuddes vee kwamen drinken. Deze beelden symboliseren economische welvaart en het drukke leven langs de rivieren. Het Hebreeuwse woord voor 'verstoren' (דלח, dalach) betekent letterlijk 'troebel maken' of 'opwoelen'.
Gods oordeel over wereldse macht
Wanneer God zegt dat geen voet of hoef de wateren meer zal verstoren, toont Hij dat Egypte's drukke handel en welvaart zullen verdwijnen. De stille wateren symboliseren de desolatie die over het land zal komen. Dit oordeel komt omdat Egypte zich verheven had boven God en andere naties onderdrukte.