De tekst van Ezechiel 30:21
Ezechiel 30:21 luidt: 'Mensenkind, ik heb de arm van de farao, de koning van Egypte, gebroken. Hij is niet verbonden, er is geen medicijn aangelegd om hem te genezen, er is geen verband om hem aan te leggen zodat hij weer sterk wordt om het zwaard te hanteren.' Dit vers vormt onderdeel van Gods oordeel over Egypte door de profeet Ezechiel.
Betekenis van de 'gebroken arm'
De uitdrukking 'gebroken arm' is een krachtige metafoor voor militaire nederlaag en machteloosheid. In het Hebreeuws wordt het woord 'zeroah' (זְרוֹעַ) gebruikt, wat letterlijk 'arm' betekent maar figuurlijk staat voor kracht en macht. De arm van de farao symboliseert Egyptes militaire macht en politieke invloed. Door deze arm te 'breken', toont God dat Hij de macht heeft om zelfs de grootste wereldrijken ten val te brengen.
Context binnen Ezechiel 30
Dit vers staat in een reeks profetieen tegen Egypte (Ezechiel 29-32). Hoofdstuk 30 kondigt specifiek de dag van Gods oordeel aan over Egypte en zijn bondgenoten. Vers 21 volgt na de aankondiging dat Nebukadnessar als Gods instrument zal dienen om Egypte te straffen. De profetie benadrukt dat Egyptes nederlaag definitief is - er wordt geen genezing of herstel voorspeld.