De tekst van Ezechiel 27:13
Ezechiel 27:13 luidt: "Javan, Tubal en Mesech handelden met u; zij gaven slaven en bronzen voorwerpen in ruil voor uw koopwaar." Dit vers maakt deel uit van Ezechiëls uitgebreide klaaglied over de val van Tyrus, waarbij de stad wordt afgebeeld als een prachtig handelsschip.
Geografische identificatie van de handelsnaties
Javan (Hebreeuws: יָוָן) verwijst naar de Grieken, specifiek naar de Ionische Grieken die in Klein-Azië woonden. Deze naam komt van Javan, een zoon van Jafeth (Genesis 10:2). De Grieken waren bekende zeehandelaren in de oude wereld.
Tubal (Hebreeuws: תֻּבַל) en Mesech (Hebreeuws: מֶשֶׁךְ) worden vaak samen genoemd in de Bijbel. Deze volkeren woonden waarschijnlijk in het gebied van het huidige Turkije. Tubal wordt geassocieerd met het gebied rond de Zwarte Zee, terwijl Mesech mogelijk in Centraal-Anatolië lag.
De handelswaren: slaven en bronzen voorwerpen
Deze naties leverden twee specifieke handelswaren aan Tyrus:
1. Slaven (Hebreeuws: נֶפֶשׁ אָדָם, letterlijk "mensenzielen") - Dit toont de tragische realiteit van slavenhandel in de oudheid
2. Bronzen voorwerpen (Hebreeuws: כְּלֵי נְחֹשֶׁת) - Waarschijnlijk werktuigen, wapens en gebruiksvoorwerpen van brons