De betekenis van Exodus 7:1
Exodus 7:1 bevat een van de meest opmerkelijke uitspraken in de Bijbel: 'De HEER zei tegen Mozes: Kijk, Ik stel jou als God voor de farao aan, en je broer Aäron zal je profeet zijn.' Dit vers roept direct vragen op over wat God hier precies bedoelt.
Het Hebreeuwse woord 'elohim'
Het woord dat hier met 'God' wordt vertaald is het Hebreeuwse 'elohim' (אלהים). Dit woord kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de context. Hier betekent het niet dat Mozes letterlijk God wordt, maar dat hij Gods autoriteit en macht zal vertegenwoordigen tegenover Farao. Mozes krijgt een goddelijke opdracht met goddelijke volmacht.
De rol van Aäron als profeet
Terwijl Mozes de autoriteit van God draagt, wordt Aäron zijn 'nabi' (נביא), zijn profeet of woordvoerder. Dit relatie-patroon weerspiegelt hoe God communiceert met Zijn volk: God spreekt tot de profeet, en de profeet brengt de boodschap over. Zo zal Mozes Gods woorden ontvangen en Aäron zal ze uitspreken tot Farao.
Context van confrontatie
Dit vers staat aan het begin van de confrontatie tussen Gods macht en Farao's hardnekkigheid. Farao zag zichzelf als een god in Egypte. Door Mozes 'als God' te stellen, toont de HEER dat Zijn macht ver boven alle aardse autoriteit staat. Het is een directe uitdaging aan het Egyptische wereldbeeld.