De tekst van Exodus 40:14
"En gij zult zijn zonen doen naderen, en zult hun de rokken aantrekken." (Statenvertaling)
Dit vers staat midden in het verhaal van de oprichting van de tabernakel en beschrijft een cruciaal moment in de Bijbelse geschiedenis: de wijding van Aärons zonen tot priesters.
Woordbetekenissen en context
Het Hebreeuwse woord voor "rokken" is kuttonet, wat verwijst naar de linnen onderkleding die priesters droegen. Deze tuniek was een teken van hun heilige roeping en onderscheidde hen van gewone Israëlieten. Het "naderen" (qarab) duidt op een formele presentatie voor een heilige dienst.
Plaats in Exodus 40
Exodus 40:14 vormt onderdeel van de climax van het boek Exodus. Na alle instructies over de bouw van de tabernakel (hoofdstuk 25-31 en 35-39) wordt hier de daadwerkelijke oprichting beschreven. Vers 14 volgt op de zalving van Aäron (vers 13) en richt zich op zijn zonen die eveneens tot priesterschap worden geroepen.
Theologische betekenis
Dit vers benadrukt het erfelijke karakter van het Aäronitische priesterschap. Waar Aäron als hogepriester werd gezalfd, ontvingen zijn zonen een andere vorm van wijding door het aantrekken van de heilige kleding. Dit toont Gods plan voor een georganiseerd priesterschap dat bemiddelt tussen God en het volk.