De constructie van het brandofferaltaar
Exodus 38:1 beschrijft hoe Bezaleël het brandofferaltaar vervaardigde: 'Hij maakte ook het brandofferaltaar van acaciahout, vijf el lang en vijf el breed - het was vierkant - en drie el hoog.' Dit vers markeert de voltooiing van een van de meest belangrijke onderdelen van de tabernakel.
Betekenis van de materialen
Het acaciahout (Hebreeuws: שִׁטָּה, shittah) was bijzonder geschikt voor dit doel. Dit hout was duurzaam, hard en bestand tegen verval - symbolisch voor de eeuwige natuur van God. Het altaar werd volledig bekleed met koper (brons), wat verwees naar het oordeel en de reiniging van zonde.
De afmetingen en hun betekenis
De vierkante vorm (vijf bij vijf el) symboliseerde volledigheid en stabiliteit in de Bijbelse symboliek. Het getal vijf wordt vaak geassocieerd met Gods genade. De hoogte van drie el maakte het altaar toegankelijk voor de priesters, terwijl het getal drie vaak verwijst naar de goddelijke volmaaktheid.
Plaats in de eredienst
Dit brandofferaltaar stond in de voorhof van de tabernakel en was de eerste halte voor iedereen die God wilde naderen. Hier werden de dagelijkse offers gebracht - zowel voor zonden als voor dankbaarheid. Het altaar vormde het hart van Israëls verzoeningssysteem.