De Setting van Gods Openbaring
Exodus 3:1 markeert een keerpunt in de Bijbelse geschiedenis. Dit vers introduceert de omstandigheden waarin God zich aan Mozes openbaart: "Mozes hoedde de schapen van Jetro, zijn schoonvader, de priester van Midian. Hij dreef de kudde de woestijn in, voorbij de weg naar de berg Gods, de Horeb."
Mozes als Herder
Na zijn vlucht uit Egypte had Mozes een nieuw leven opgebouwd als herder. Het Hebreeuwse woord voor 'hoedde' (רעה, ra'ah) betekent letterlijk 'weiden' of 'zorgen voor'. Dit herderschap was geen toevallige bezigheid - God bereidde Mozes voor op zijn toekomstige rol als herder van Israël. Herderschap vereist geduld, toewijding en de bereidheid om voor anderen te zorgen, precies de kwaliteiten die Mozes nodig zou hebben.
Jetro en Midian
Jetro wordt beschreven als 'priester van Midian'. De Midianieten waren nazaten van Abraham door Ketura (Genesis 25:2). Jetro's titel suggereert dat hij een religieuze leider was, wat mogelijk verklaart waarom hij later Mozes wijze raad kon geven (Exodus 18). Dit toont Gods voorzienigheid - zelfs in ballingschap plaatste Hij Mozes in een omgeving waar spirituele wijsheid aanwezig was.