De tekst van Exodus 24:11
Exodus 24:11 luidt: "Hij stak zijn hand niet uit naar de vooraanstaande Israëlieten; zij aanschouwden God en aten en dronken." Dit vers vormt het hoogtepunt van een bijzondere ontmoeting tussen God en de leiders van Israël op de berg Sinaï.
Context: Het verbond op Sinaï
Dit vers staat in de context van de verbondsluiting tussen God en Israël. In de voorafgaande verzen (24:9-10) lezen we hoe Mozes, Aäron, zijn zonen Nadab en Abihu, en zeventig oudsten van Israël de berg opgingen. Daar zagen zij "de God van Israël" in een visioen van onvoorstelbare heerlijkheid.
De betekenis van "Hij stak zijn hand niet uit"
De Hebreeuwse uitdrukking hier gebruikt (שלח יד, shalach yad) betekent letterlijk "de hand uitstrekken" in de zin van straffen of doden. In het Oude Testament gold de overtuiging dat mensen zouden sterven als ze God zagen (vergelijk Exodus 33:20: "Mijn aangezicht kunt gij niet zien, want geen mens zal Mij zien en blijven leven").
Dat God Zijn hand niet uitstak, toont Zijn bijzondere genade en barmhartigheid. Ondanks hun zonde en onwaardigheid mochten deze leiders Gods heerlijkheid aanschouwen en bleven zij leven.