Mozes' Wonderbaarlijke Redding (Exodus 2:1-10)
Exodus hoofdstuk 2 opent met een verhaal van moed, geloof en goddelijke voorzienigheid. Een Levitische man en vrouw krijgen een zoon in een tijd waarin alle Hebreeuwse jongetjes gedood moeten worden op bevel van farao. De moeder van Mozes toont opmerkelijk geloof door haar zoon drie maanden te verbergen en vervolgens een rieten mandje te maken om hem in de Nijl te leggen.
De ironie is treffend: juist de rivier die bedoeld was als graf voor Hebreeuwse baby's, wordt het middel tot Mozes' redding. Farao's eigen dochter vindt hem en adopteert hem. Mirjam, Mozes' zus, toont wijsheid door voor te stellen dat een Hebreeuwse vrouw - zijn eigen moeder - de baby zal zogen. Zo krijgt Mozes in zijn vormende jaren Hebreeuwse waarden mee, terwijl hij later Egyptische opvoeding ontvangt.
Mozes' Innerlijke Conflict en Vlucht (Exodus 2:11-15)
Als volwassene worstelt Mozes met zijn identiteit. Hoewel hij is opgevoed als Egyptenaar, voelt hij verbondenheid met zijn volk. Wanneer hij ziet hoe een Egyptenaar een Hebreëer mishandelt, grijpt hij in en doodt de Egyptenaar. Deze impulsieve daad toont zowel zijn rechtvaardigheidszin als zijn nog onvolwassen karakter.