Inleiding tot Deuteronomium 34
Deuteronomium 34 vormt een aangrijpend slot van het vijfde boek van Mozes en markeert het einde van een tijdperk. Dit hoofdstuk beschrijft de laatste momenten van Mozes, de grote wetgever en bevrijder van Israël, en toont tegelijkertijd Gods onwankelbare getrouwheid aan Zijn beloften.
Mozes Ziet het Beloofde Land (verzen 1-4)
Het hoofdstuk begint met Mozes die vanaf de berg Nebo, tegenover Jericho, het beloofde land overziet. God laat hem het hele land zien - van Dan tot Beërsjeba, van de Middellandse Zee tot de woestijn. Deze ervaring vervult een belofte die God eerder aan Mozes had gedaan: hij zou het land mogen zien, maar er niet in komen (Deuteronomium 32:52).
De geografische beschrijving in deze verzen toont de volledige omvang van Gods belofte aan Abraham, Isaäk en Jakob. Het is opmerkelijk dat God persoonlijk als gids optreedt en zegt: 'Dit is het land dat Ik aan Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heb.' Gods woorden verbinden het moment direct met de aartsvaders en benadrukken de continuïteit van Zijn verbond.
De Dood van Mozes (verzen 5-8)
Mozes sterft in Moab op 120-jarige leeftijd, 'zoals de HEER gezegd had.' Deze formulering onderstreept dat zelfs Mozes' dood onderdeel was van Gods plan. Bijzonder is dat God zelf Mozes begraaft in een dal in Moab, maar niemand weet waar zijn graf ligt.