De tekst van Deuteronomium 32:5
Deuteronomium 32:5 luidt in de NBV: 'Zij hebben zondig tegen hem gehandeld; zij zijn vanwege hun smet geen kinderen van hem meer. Het is een verkeerd en krom geslacht.' Dit vers vormt een cruciaal onderdeel van het Lied van Mozes en toont de tragische realiteit van Israëls toekomstige ontrouw aan God.
Hebreeuwse woordstudie
Het Hebreeuwse woord שִׁחֵת (shichet) betekent 'verderven' of 'handelen tot verderf'. Het drukt uit dat Israël niet alleen heeft gezondigd, maar actief bezig is geweest met zelfvernietiging door hun daden. Het woord מוּם (mum) verwijst naar een 'smet' of 'gebrek', vaak gebruikt voor lichamelijke gebreken die iemand ongeschikt maken voor priesterlijke dienst.
De woorden עִקֵּשׁ (ikesh - verkeerd) en פְּתַלְתֹּל (petaltol - krom) benadrukken de morele perversiteit die is ontstaan. Deze termen werden vaak gebruikt voor fysieke misvormingen, wat de morele misvormingen van het volk des te scherper accentueert.
Theologische betekenis
Dit vers illustreert de pijnlijke realiteit van verbondsbreuk. God wordt gepresenteerd als een liefdevolle vader, maar Zijn kinderen hebben door hun zonde de relatie geschonden. Het gaat niet om het verlies van hun identiteit als Gods uitverkoren volk, maar om het verlies van de intieme vader-kind relatie.