De tekst van Deuteronomium 32:30
'Hoe zou een van hen duizend achtervolgen, en twee er tienduizend op de vlucht doen slaan, wanneer hun Rots hen niet verkocht had en de HEERE hen niet overgegeven had?'
Literaire context in het Lied van Mozes
Deuteronomium 32:30 is onderdeel van het beroemde Lied van Mozes (Deuteronomium 32:1-43), dat Mozes zong vlak voor zijn dood. In dit profetische lied beschrijft hij Gods trouwheid tegenover Israëls toekomstige ontrouw. Vers 30 staat in het gedeelte waar God spreekt over de consequenties van Israëls afval: hun vijanden zullen hen overwinnen.
De retorische vraag: militaire zwakte door geestelijke oorzaak
Het vers begint met een retorische vraag die de onnatuurlijke militaire zwakte van Israël benadrukt. Normaal gesproken zou één Israëliet duizend vijanden kunnen verslaan (vergelijk Jozua 23:10), maar hier wordt het omgekeerde beschreven. De Hebreeuwse constructie benadrukt de absurditeit van deze situatie.
De getallen 'duizend' en 'tienduizend' zijn niet letterlijk bedoeld, maar benadrukken de exponentiële toename van nederlagen. Het Hebreeuwse woord 'radaf' (achtervolgen) suggereert een volledig militaire ineenstorting waarbij de vijand de overhand heeft.