De tekst van Deuteronomium 32:21
"Zij hebben mij jaloers gemaakt met wat geen god is, zij hebben mij getergd met hun waardeloze afgoden. Daarom zal ik hen jaloers maken met wat geen volk is, ik zal hen tergen met een dom volk."
Context in het Lied van Mozes
Deuteronomium 32:21 is onderdeel van het profetische "Lied van Mozes" (Deuteronomium 32:1-43), waarin God door Mozes spreekt over Israëls toekomstige ontrouw en de gevolgen daarvan. Dit lied werd gegeven vlak voor Mozes' dood als een getuigenis tegen Israël.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse werkwoord qin'uni betekent "zij hebben mij jaloers gemaakt" of "zij hebben mij tot ijver geprikkeld". Dit beschrijft Gods passionele liefde voor Zijn volk - een liefde die niet duldt dat Zijn plaats wordt ingenomen door andere goden.
Het woord hevel ("waardeloze afgoden") betekent letterlijk "adem" of "ijdelheid" - het benadrukt de volkomen zinloosheid van afgoderij.
Lo-'am betekent "geen-volk" en naval betekent "dwaas" of "zonder begrip" - dit verwijst naar heidenvvolken die Israël niet als gods volk erkenden.
Gods heilige jaloezie
Gods "jaloezie" is niet zoals menselijke jaloezie. Het is een heilige eigenschap die Zijn exclusieve recht op aanbidding uitdrukt. Als Schepper en Verbondsgod heeft Hij het recht om de volledige toewijding van Zijn volk te eisen.