De tekst van Deuteronomium 31:6
Deuteronomium 31:6 luidt: "Wees sterk en moedig, vrees niet en word niet bevreesd voor hen, want de HEERE, uw God, Hij gaat met u mee; Hij zal u niet begeven en u niet verlaten."
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
De Hebreeuwse tekst gebruikt krachtige woorden die de diepte van Gods belofte benadrukken:
- Chazaq (חזק) - 'wees sterk': Dit woord duidt op innerlijke kracht en vastberadenheid
- Amats (אמץ) - 'wees moedig': Verwijst naar moed en vastberadenheid in het aangezicht van gevaar
- Raphah (רפה) - 'begeven': Letterlijk 'loslaten' of 'de handen laten zakken'
- Azab (עזב) - 'verlaten': Volledig in de steek laten of abandoneren
Context in Deuteronomium 31
Deze woorden worden gesproken door Mozes in zijn afscheidstoespraak tot het volk Israël. Op 120-jarige leeftijd staat Mozes op het punt te sterven en kan hij het volk niet meer leiden naar het beloofde land. In dit cruciale moment geeft hij het leiderschap over aan Jozua en spreekt hij deze krachtige woorden van bemoediging.
Het vers volgt op Mozes' aankondiging dat hij zelf de Jordaan niet zal oversteken (vers 2). In plaats van paniek te zaaien, vestigt Mozes de aandacht op Gods onwankelbare trouw.
Theologische betekenis
Dit vers openbaart fundamentele waarheden over Gods karakter: