De Profetische Waarschuwing van Mozes
Deuteronomium 31:29 bevat een van de meest indringende profetische uitspraken van Mozes: 'Want ik weet dat jullie na mijn dood zeker zullen afgaan naar het kwaad en zullen afwijken van de weg die ik jullie heb voorgeschreven. In de laatste dagen zal het onheil jullie treffen, omdat jullie doen wat kwaad is in de ogen van de HEER en hem verbolgen door het werk van jullie handen.'
Woordstudie en Betekenis
Het Hebreeuwse woord voor 'afgaan naar het kwaad' (שָׁחַת - sjachat) betekent letterlijk 'verderven' of 'corrupt worden'. Mozes gebruikt hier krachtige taal om de morele achteruitgang te beschrijven die hij voorziet. Het werkwoord 'afwijken' (סוּר - soor) duidt op een bewuste keuze om van het rechte pad af te gaan.
De uitdrukking 'in de laatste dagen' (בְּאַחֲרִית הַיָּמִים - be'acharit hayamim) verwijst naar de toekomst, specifiek naar tijden van beproeving en oordeel die zouden komen over Israël.
Context in Deuteronomium 31
Dit vers staat in de context van Mozes' afscheidsrede. Hij is 120 jaar oud en staat op het punt te sterven. Het volk Israël staat aan de grens van het beloofde land, klaar om onder leiding van Jozua Kanaän binnen te trekken. Mozes geeft zijn laatste instructies en waarschuwingen.
Net voor dit vers heeft Mozes het 'Lied van Mozes' (hoofdstuk 32) aangekondigd als getuigenis tegen het volk. Hij weet dat dit lied zal dienen als herinnering wanneer het volk inderdaad ontrouw wordt.