De tekst van Deuteronomium 23:6
Deuteronomium 23:6 luidt in de NBV: 'Je mag nooit, zolang je leeft, hun welzijn en voorspoed bevorderen.' Dit vers is onderdeel van Gods instructies aan Israël over welke volkeren uitgesloten waren van de gemeente des HEREN.
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor 'welzijn' is shalom, wat vrede, welstand en voorspoed betekent. Het woord voor 'voorspoed' is tovah, wat goedheid of welzijn aanduidt. Het werkwoord 'bevorderen' (darash) betekent letterlijk 'zoeken naar' of 'nastreven'. De tekst verbiedt Israël dus expliciet om actief het welzijn van deze volkeren na te streven.
Context binnen Deuteronomium 23
Dit vers maakt deel uit van een bredere sectie (vers 1-8) over wie wel en niet tot de gemeente van de HEER mocht toetreden. Terwijl Edomieten en Egyptenaren na drie generaties welkom waren (vers 7-8), golden voor Ammonieten en Moabieten permanente beperkingen vanwege hun historische vijandschap.
Historische achtergrond van het verbod
De reden voor dit verbod wordt gegeven in vers 4-5: deze volkeren hadden Israël geen brood en water gegeven tijdens hun woestijnreis, en Moab had zelfs Bileam ingehuurd om Israël te vervloeken. Deze daden van vijandschap en gebrek aan gastvrijheid vormden de basis voor Gods oordeel.