De tekst van Deuteronomium 22:5
Deuteronomium 22:5 luidt in de Statenvertaling: "Geen vrouwenkleed zal aan een man zijn, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel." Deze tekst staat midden in een reeks praktische wetten die Mozes aan het volk Israël gaf voordat zij het Beloofde Land zouden binnengaan.
Hebreeuwse woordbetekenis
Het Hebreeuwse woord voor "vrouwenkleed" is keli (כלי), wat letterlijk "voorwerp" of "gereedschap" betekent. In deze context verwijst het naar kleding, sieraden of andere voorwerpen die specifiek geassocieerd werden met vrouwen. Het woord simlah (שמלה) voor "mannenkleed" verwijst naar het typische kledingstuk dat mannen droegen. Het woord to'evah (תועבה), vertaald als "gruwel", duidt op iets dat God afkeurt en dat indruist tegen Zijn bedoeling met de schepping.
Historische en culturele context
In de tijd van het Oude Testament hadden veel omringende culturen religieuze rituelen waarbij mannen en vrouwen elkaars kleding droegen. Dit gebeurde vaak in verband met vruchtbaarheidsriten en afgoderij. De wet in Deuteronomium 22:5 moet daarom worden begrepen als onderdeel van Gods instructies om Israël te onderscheiden van heidense praktijken.