De Tekst van Deuteronomium 20:17
Deuteronomium 20:17 luidt: "Maar gij zult hen ganselijk verbannen: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaänieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten; gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft."
Het Hebreeuwse Woord 'Herem'
Het kernwoord in dit vers is het Hebreeuws חרם (cherem of herem), vertaald als "ganselijk verbannen". Dit woord betekent letterlijk "wijden" of "toewijden aan vernietiging". Het duidt op iets dat volledig aan God wordt toegewijd en daarom uit de gewone menselijke sfeer wordt weggenomen. In oorlogscontext betekende dit de totale vernietiging van vijanden en hun bezittingen.
Historische Context van de Opdracht
Deze instructie werd gegeven aan Israël vlak voor hun intocht in het Beloofde Land, rond 1400 v.Chr. De zes genoemde volkeren (Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten) woonden in het land dat God aan Abraham had beloofd. Deze volkeren hadden zich eeuwenlang schuldig gemaakt aan gruwelijke praktijken zoals kinderoffers, tempelprostitutie en andere afgoderij.
Theologische Betekenis
De opdracht tot herem had meerdere doelen volgens de Bijbelse tekst:
1. Gods Heilig Oordeel: De Kanaänitische volkeren hadden de maat van hun zonden vol gemaakt (Genesis 15:16). God gebruikte Israël als instrument van zijn rechtvaardige oordeel.