De wijze waarschuwing van Joab
In 2 Samuel 24:3 lezen we Joab's reactie op koning David's opdracht om een volkstelling te houden: 'Maar Joab zei tegen de koning: Moge de HEER, uw God, het volk honderdmaal zoveel vermeerderen als het nu is, terwijl de ogen van mijn heer de koning het zien! Maar waarom heeft mijn heer de koning lust aan zo'n zaak?'
Joab's bezorgdheid
Joab, de ervaren legeraanvoerder, toont hier opmerkelijke wijsheid. Hij begrijpt dat David's verlangen naar een volkstelling voortkomt uit verkeerde motieven. Het Hebreeuwse woord voor 'lust' (חָפֵץ, chafets) duidt op een sterk verlangen of behagen, maar hier in negatieve zin.
Joab erkent dat alleen God Israël kan laten groeien en vermenigvuldigen. Door te zeggen 'moge de HEER het honderdmaal vermeerderen' wijst hij David erop dat groei en sterkte van God komen, niet van menselijke planning of militaire macht.
De context van de volkstelling
Een volkstelling was op zich niet zondig - God had Mozes eerder opgedragen het volk te tellen. Maar David's motivatie was problematisch. Hij wilde kennelijk zijn militaire macht inventariseren, mogelijk uit trots of uit gebrek aan vertrouwen op God. De Hebreeuwse tekst suggereert dat David handelde vanuit eigen wil, niet uit Gods opdracht.