De Profetische Opdracht aan David
2 Samuel 24:18 luidt: "En Gad kwam die dag tot David en zeide tot hem: Ga op, richt den HEERE een altaar op in de dorsvloer van Arauna, den Jebusiet." Dit vers vormt een cruciaal keerpunt in het verhaal van David's volkstelling en de gevolgen daarvan.
De Betekenis van de Woorden
Het Hebreeuwse woord voor "ga op" (עלה, alah) betekent letterlijk "opstijgen" of "opgaan". Dit wijst op een fysieke beweging naar een hoger gelegen plaats, maar heeft ook een geestelijke dimensionatie van nadering tot God. Het woord "altaar" (מזבח, mizbeach) komt van het werkwoord "slachten" en duidt op een plaats van offer en aanbidding.
Context binnen het Hoofdstuk
Deze opdracht komt na de dramatische gebeurtenissen waarbij God Israël strafte voor David's volkstelling. De pestilentie had al 70.000 mensen het leven gekost, en de verdelgende engel stond klaar bij de dorsvloer van Arauna. Op dit kritieke moment spreekt God door profeet Gad tot David.
Theologische Betekenis
De opdracht tot altaarbouw toont Gods genade te midden van oordeel. Hoewel God rechtvaardig strafte, biedt Hij ook een weg tot verzoening aan. Het altaar zou dienen als plaats waar offers gebracht konden worden om Gods toorn te stillen en vrede te maken.