De tekst van 2 Samuel 23:13
2 Samuel 23:13 luidt: "In de oogst gingen drie van de Dertig hoofdmannen naar beneden naar David in de spelonk van Adullam, terwijl het leger van de Filistijnen zich had opgesteld in het dal van Refaïm."
Context binnen het hoofdstuk
Dit vers opent het verhaal van een van de meest opmerkelijke daden van trouw in de Bijbel. Hoofdstuk 23 van 2 Samuel bevat een lijst van Davids machtige helden, waarbij vers 13 het begin vormt van een specifiek verhaal over drie van deze helden. Het volgt direct na Davids laatste woorden en een psalm van lofprijzing.
De grot van Adullam
De spelonk van Adullam (Hebreeuws: מְעָרַת עֲדֻלָּם) speelt een belangrijke rol in Davids leven. Het was hier dat David zich verschool toen hij op de vlucht was voor koning Saul (1 Samuel 22:1-2). De plek werd een symbool van Davids tijd als uitgestotene, maar ook van Gods bescherming. Het Hebreeus woord "מְעָרָה" (me'ara) betekent letterlijk grot of hol, vaak gebruikt als schuilplaats.
Historische situatie
Het vers plaatst ons in de oogsttijd, waarschijnlijk de tarwe-oogst in mei-juni. Dit was een cruciale tijd voor de landbouw, maar ook een periode waarin oorlogen vaak uitbraken omdat de wegen droog en begaanbaar waren. De Filistijnen hadden zich opgesteld in het dal van Refaïm, een vruchtbaar gebied ten zuidwesten van Jeruzalem.