De Context van 2 Samuel 23:10
2 Samuel 23:10 staat in het beroemde hoofdstuk over Davids machtige mannen, ook wel de 'Gibborim' genoemd. Dit vers beschrijft een van de meest opmerkelijke heldendaden uit de Bijbel, namelijk die van Eleazar, de zoon van Dodo de Achohiet.
De Tekst en Betekenis
De vers luidt: 'Hij stond op en sloeg op de Filistijnen in tot zijn hand verkleefd was aan zijn zwaard en moe werd van het zwaard. Die dag gaf de HEER een grote overwinning, en het volk keerde terug naar hem toe, alleen om de gesneuvelden te plunderen.'
Het Hebreeuwse woord voor 'verkleefde' (דָּבַק - dābaq) betekent letterlijk 'vastkleven' of 'zich hechten aan'. Dit geeft een levendig beeld van hoe Eleazar zo lang en intensief vocht dat zijn hand door vermoeidheid, zweet en mogelijk bloed letterlijk aan zijn zwaard vastkleefde.
Eleazars Heldenmoed
Eleazar behoorde tot de drie machtigste krijgers van David. Zijn daad vond plaats tijdens een confrontatie met de Filistijnen, waarschijnlijk bij Pas-Dammim (vers 11). Terwijl andere soldaten vluchtten, bleef Eleazar standvastig vechten tot hij lichamelijk uitgeput was.
De beschrijving 'tot zijn hand moe werd' (יָגַע - yāga') benadrukt de fysieke uitputting. Toch gaf hij niet op, wat getuigt van buitengewone moed en toewijding aan zijn koning en zijn volk.