De Tekst van 2 Samuel 1:27
2 Samuel 1:27 luidt: "Hoe zijn de helden gevallen, en zijn de krijgswapenen vergaan!" Deze woorden vormen het indringende slot van David's klaaglied over de dood van koning Saul en zijn zoon Jonathan, die beiden sneuvelden in de slag tegen de Filistijnen op de berg Gilboa.
Het Refrein van Verdriet
Dit vers is geen alleenstaande uitroep, maar vormt het derde en laatste refrein in David's treurzang. Dezelfde woorden klinken eerder in vers 19 en 25, waardoor het hele klaaglied een ritmische, poëtische structuur krijgt. In het Hebreeuws begint elk refrein met "eich" (איך), wat "hoe" of "ach" betekent en een diepe emotie van ongeloof en verdriet uitdrukt.
Woordbetekenis en Poëzie
Het Hebreeuwse woord "gibborim" (גבורים) dat hier vertaald is als "helden" betekent letterlijk "machtige krijgshelden" of "dappere strijders". David erkent hiermee zowel Saul als Jonathan als waardige strijders die respect verdienen. Het woord "krijgswapenen" (keli milchamah, כלי מלחמה) verwijst naar alle oorlogsuitrusting en kan symbolisch staan voor hun kracht en macht die nu teniet is gedaan.