De betekenis van 2 Samuel 1:20
2 Samuel 1:20 vormt onderdeel van een van de meest aangrijpende passages in de Bijbel: David's klaagzang over de dood van koning Saul en zijn zoon Jonathan. Het vers luidt: "Verkondigt het niet in Gat, verkondigt de blijde boodschap niet in de straten van Askelon, opdat de dochters der Filistijnen zich niet verheugen, opdat de dochters der onbesnedenen niet jubelen."
Historische achtergrond
Dit vers moet begrepen worden tegen de achtergrond van de catastrofale nederlaag van Israël tegen de Filistijnen op de berg Gilboa (1 Samuel 31). Saul en drie van zijn zonen, waaronder Jonathan, kwamen om in deze slag. Voor David betekende dit niet alleen het verlies van zijn koning, maar ook van zijn beste vriend Jonathan.
Letterlijke betekenis en woordstudie
Het Hebreeuwse woord voor "verkondigt" is nagad (נגד), wat "bekendmaken" of "aankondigen" betekent. David spreekt hier een soort bezwering uit, waarbij hij wenst dat het nieuws van deze nederlaag de vijandelijke steden niet zal bereiken.
Gat en Askelon waren belangrijke Filistijnse steden. Gat was de thuisbasis van Goliath (1 Samuel 17:4), terwijl Askelon één van de vijf hoofdsteden van de Filistijnen was. Door deze specifieke steden te noemen, benadrukt David dat het nieuws vooral niet de vijanden van Israël moet bereiken.