De Tekst van 2 Kronieken 9:7
2 Kronieken 9:7 luidt in de NBV: 'Gelukkig zijn je mensen, gelukkig je dienaren die altijd in je nabijheid verkeren en naar je wijsheid luisteren!' Deze woorden worden gesproken door de koningin van Sheba tijdens haar beroemde bezoek aan koning Salomo.
Context: Het Bezoek van de Koningin van Sheba
Dit vers staat centraal in het verhaal van 2 Kronieken 9:1-12, waarin de koningin van Sheba (waarschijnlijk uit het huidige Jemen of Ethiopië) Salomo bezoekt. Ze had gehoord over zijn wijsheid en rijkdom en wilde hem op de proef stellen met moeilijke vragen. Na haar bezoek is ze overweldigd door wat ze heeft gezien en gehoord.
Betekenis van de Woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'gelukkig' is 'ashrei', wat een diepe, blijvende voldoening en zegening uitdrukt. De koningin gebruikt dit woord tweemaal om de bijzondere positie van Salomo's onderdanen te benadrukken. Het woord voor 'mensen' (anashim) verwijst naar Salomo's volk in het algemeen, terwijl 'dienaren' (avadim) specifiek zijn hofhouding betreft.
Theologische Betekenis
De koningin erkent hier een belangrijk Bijbels principe: het is een voorrecht om in de nabijheid van wijsheid te verkeren. Salomo's wijsheid kwam van God (1 Koningen 3:12), dus indirect prijst ze het voorrecht om Gods wijsheid te mogen horen. Dit vers illustreert hoe Gods zegeningen via Zijn volk zichtbaar worden voor de wereld.