De regering van koning Jojakim
2 Kronieken 36:5 luidt: Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEER, zijn God.
Dit vers markeert het begin van een donkere periode in Juda's geschiedenis. Jojakim (Hebreeuws: יְהוֹיָקִים, Yehoyaqim, betekent 'de HEER zal oprichten') werd koning nadat zijn broer Joahaz door farao Necho van Egypte was afgezet na slechts drie maanden regering.
Historische context van Jojakim's heerschappij
Jojakim regeerde van ongeveer 609 tot 598 v.Chr., tijdens een turbulente periode waarin het Assyrische Rijk viel en Egypte en Babylon streden om de hegemonie over het Midden-Oosten. Juda bevond zich precies tussen deze grootmachten en werd heen en weer geslingerd tussen verschillende loyaliteiten.
De kroniekschrijver benadrukt dat Jojakim 'elf jaar' regeerde in Jeruzalem. Dit getal heeft betekenis, want het toont dat ondanks zijn slechte wandel, God hem nog tijd gaf voor bekering. Echter, Jojakim bleef volharden in zijn rebellie tegen God.
Wat betekent 'slecht in de ogen van de HEER'?
De uitdrukking dat Jojakim 'deed wat slecht was in de ogen van de HEER' is een vaste formule in de boeken Koningen en Kronieken. Het Hebreeuwse woord voor 'slecht' is רַע (ra), wat kwaad, verkeerd of schadelijk betekent. Dit verwijst niet alleen naar persoonlijke zonden, maar vooral naar: