De oproep tot bekering van koning Hizkia
2 Kronieken 30:6 staat centraal in een van de belangrijkste geestelijke vernieuwingsbewegingen in het Oude Testament. Koning Hizkia zendt boodschappers door heel Israël en Juda met een dringende oproep: "Kinderen van Israël, keer terug tot de HEERE, de God van Abraham, Izaäk en Israël, opdat Hij terugkere tot de rest van u die ontkomen bent uit de hand van de koningen van Assur."
Het Hebreeuwse woord voor 'terugkeren'
Het werkwoord dat hier wordt gebruikt is 'shuv' (שוב), wat letterlijk betekent 'terugkeren' of 'omkeren'. Dit is hetzelfde woord dat gebruikt wordt voor het concept 'teshuvah' (bekering), wat een complete ommekeer van hart en leven betekent. Het gaat niet alleen om uiterlijke religieuze handelingen, maar om een fundamentele verandering van richting.
De wederzijdse belofte
Opvallend is de wederzijdse belofte in dit vers: als het volk zich tot God bekeert, dan zal Hij Zich tot hen bekeren. Dit illustreert een belangrijk Bijbels principe dat we ook terugvinden in bijvoorbeeld Jakobus 4:8: "Nadert tot God en Hij zal tot u naderen." Gods genade is beschikbaar, maar vereist een reactie van de mens.