De tekst van 2 Kronieken 26:22
2 Kronieken 26:22 luidt: 'Het overige nu van de geschiedenis van Uzzia, de vroegere en de latere, heeft de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, opgeschreven.'
Dit vers vormt de afsluiting van het verhaal over koning Uzzia van Juda en bevat een opmerkelijke verwijzing naar de profeet Jesaja als historicus.
Jesaja als kroniekschrijver
Het Hebreeuwse woord voor 'opgeschreven' is katab (כתב), wat duidt op het vastleggen van officiële documenten of kronieken. Dit vers toont aan dat profeten niet alleen geestelijke boodschappers waren, maar ook fungeerden als hofhistorici die de daden van koningen documenteerden.
Jesaja wordt hier geïdentificeerd als 'zoon van Amoz' (Hebreeuws: ben-Amotz), wat zijn profetische autoriteit bevestigt. Deze identificatie onderscheidt hem van andere personen met dezelfde naam in die tijd.
Verloren geschriften
Dit vers suggereert dat Jesaja uitgebreidere kronieken over Uzzia heeft geschreven dan wat we nu in de Bijbel vinden. Het boek Jesaja bevat slechts beperkte verwijzingen naar deze koning (Jesaja 6:1). De 'vroegere en latere' geschiedenis verwijst naar Uzzia's hele regeerperiode van 52 jaar.
Theologische betekenis
De vermelding van Jesaja als historicus benadrukt Gods zorg voor nauwkeurige geschiedschrijving. God gebruikt profeten om zowel Zijn Woord te verkondigen als historische gebeurtenissen vast te leggen voor toekomstige generaties.