De Tekst van 2 Kronieken 24:7
2 Kronieken 24:7 luidt: 'Want Athalja, die goddeloze vrouw, had met haar zonen het huis Gods opengebroken, en ook alle heilige dingen van het huis des HEEREN hadden zij voor de Baäls gebruikt.'
Historische Achtergrond van Atalia
Atalia was een bijzonder duistere figuur in de geschiedenis van Juda. Als dochter van koning Ahab en koningin Izebel van Israël bracht zij de goddeloze invloeden van het noordelijke koninkrijk naar Jeruzalem. Na de dood van haar zoon koning Ahazia greep zij de macht en probeerde de hele koninklijke familie van David uit te roeien.
De Betekenis van 'Het Huis Gods Openbreken'
Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor 'openbreken' (פרץ, parats) betekent letterlijk 'doorbreken' of 'gewelddadig openen'. Dit geeft aan dat Atalia en haar zonen niet respectvol de tempel betraden, maar deze met geweld schonden. Zij behandelden Gods heilige woonplaats als een gewone schatkamer die geplunderd kon worden.
Heilige Voorwerpen voor Baälsdienst
Het vers benadrukt dat de heilige voorwerpen van de tempel - waarschijnlijk inclusief gouden en zilveren items, gewaden en andere ceremoniele objecten - werden gebruikt voor de dienst aan Baäl. Dit was niet alleen diefstal, maar ook heiligschennis van de ergste soort. Voorwerpen die gewijd waren aan de dienst van de ene, ware God werden gebruikt voor afgoderij.