De Aanval op Josafat
2 Kronieken 20:1 markeert een keerpunt in het verhaal van koning Josafat: 'En het geschiedde daarna, dat de kinderen Moabs en de kinderen Ammons, en met hen nog anderen benevens de Ammonieten, tegen Josafat ten strijde kwamen.' Deze opening introduceert een van de meest dramatische verhalen uit het Oude Testament over geloof, gebed en goddelijke verlossing.
Historische Achtergrond
De woorden 'en het geschiedde daarna' (Hebreeuws: wayehi acharei ken) verbinden dit verhaal met de voorafgaande gebeurtenissen. Josafat had net een verbond gesloten met de goddeloze koning Achazja van Israël, wat door de profeet Jehu werd berispt (2 Kronieken 19:1-3). Nu volgt een nieuwe beproeving die Josafats hart en geloof op de proef zal stellen.
De Vijandelijke Coalitie
De aanvallers vormden een formidabele coalitie:
- Moabieten: Afstammelingen van Lot, traditionele vijanden van Israël
- Ammonieten: Ook afstammelingen van Lot, oostelijke buren van Juda
- Anderen: Waarschijnlijk Edomitische en Arabische stammen
Deze volkeren kwamen uit het oosten en zuidoosten, vanuit de woestijngebieden rond de Dode Zee. Hun gezamenlijke aanval was waarschijnlijk gecoördineerd om Juda's controle over de handelsroutes te doorbreken.