De begrafenis van koning Asa
2 Kronieken 16:14 beschrijft de indrukwekkende begrafenisplechtigheid van koning Asa van Juda: 'En zij begroeven hem in zijn graf dat hij voor zichzelf had laten houwen in de stad Davids; en zij legden hem op het bed dat vervuld was met specerijen en allerhande welriekende kruiden, toebereid door het werk der apothekers; en zij brandden voor hem een zeer groot vuur.'
Dit vers vormt de afsluiting van Asa's levensverhaal en toont hoe hij ondanks zijn fouten in de laatste levensjaren toch een waardige begrafenis ontving.
Specerijen en welriekende stoffen
De specerijen en kruiden die door 'apothekers' (Hebreeuws: roqchim, parfummakers) werden bereid, waren een teken van eer en respect. In het oude Nabije Oosten werden kostbare aromastoffen gebruikt bij belangrijke begrafenissen. Deze stoffen hadden meerdere functies: ze maskerden geuren, symboliseerden waardigheid en toonden de status van de overledene.
De uitdrukking 'bed vervuld met specerijen' suggereert dat Asa's lichaam werd omgeven door een overvloed aan kostbare aromastoffen, wat zijn koninklijke waardigheid onderstreepte.