Inleiding tot 2 Korinthe 3
2 Korinthe hoofdstuk 3 behoort tot de meest theologisch rijke passages in het Nieuwe Testament. In dit hoofdstuk verdedigt Paulus zijn apostelschap en legt hij het fundamentele verschil uit tussen het oude verbond van de wet en het nieuwe verbond in Christus. Het hoofdstuk bevat enkele van de mooiste verzen over geestelijke transformatie en vrijheid in Christus.
Aanbevelingsbrieven (verzen 1-3)
Paulus begint met een retorische vraag: hebben we aanbevelingsbrieven nodig? In de antieke wereld waren dergelijke brieven essentieel voor reizende leraren en predikers. Paulus stelt echter dat de Korinthische gemeente zelf zijn 'aanbevelingsbrief' is. Deze gemeenschap van gelovigen toont door hun veranderde leven de authenticiteit van zijn apostelschap.
De apostel gebruikt een prachtige metafoor: de gelovigen zijn een brief van Christus, geschreven niet met inkt maar met de Geest van God, niet op stenen tafelen maar op vlezige harten. Deze beeldspraak verbindt direct met het verschil tussen wet en genade dat hij verder zal uitwerken.