De tekst van 2 Korinthe 13:7
2 Korinthe 13:7 luidt: "Wij bidden tot God dat jullie niets verkeerds zullen doen. Niet dat wij dan bewezen zouden zijn, maar dat jullie het goede zullen doen, ook al zou het lijken alsof wij hebben gefaald." (NBV)
Woordstudie en betekenis
De apostel Paulus gebruikt hier het Griekse werkwoord εὐχόμεθα (euchometha), wat 'bidden' of 'wensen' betekent. Het gaat om een diepe, oprechte wens die tot God wordt gericht. Het woord κακὸν (kakon) betekent 'kwaad' of 'verkeerd', terwijl καλὸν (kalon) 'goed', 'mooi' of 'edel' betekent.
Bijzonder is het contrast tussen δόκιμοι (dokimoi) en ἀδόκιμοι (adokimoi). Het eerste betekent 'bewezen', 'goedgekeurd' of 'beproefd' (zoals metaal dat de test doorstaat), terwijl het tweede 'afgekeurd' of 'verwerpelijk' betekent.
Context binnen 2 Korinthe 13
Dit vers vormt het hoogtepunt van Paulus' afsluitende opmerkingen in zijn tweede brief. In de voorgaande verzen (13:1-6) heeft hij gewaarschuwd voor strenge maatregelen bij zijn volgende bezoek. Hij heeft gedreigd met disciplinaire actie tegen hen die volharden in zonde.
Maar vers 7 toont Paulus' ware hart: hij wil liever helemaal geen disciplinaire macht hoeven uitoefenen. Hij verkiest dat de gemeente zelf het goede doet, ook al zou dat betekenen dat zijn apostolische autoriteit niet bewezen wordt.