De Context van 2 Korinthe 12:11
In 2 Korinthe 12:11 schrijft Paulus: "Ik ben tot dwaas geworden; gij hebt mij daartoe gedrongen. Want ik behoorde door u geprezen te worden; ik ben immers in niets tekortgekomen bij die uitnemende apostelen, al ben ik niets." Dit vers vormt het hoogtepunt van Paulus' verdediging van zijn apostolische autoriteit.
De Betekenis van "Dwaas Geworden"
Het Griekse woord voor "dwaas" is aphron, wat betekent "zonder verstand" of "onverstandig". Paulus gebruikt dit woord ironisch. Hij voelt zich gedwongen om over zijn eigen kwalificaties te spreken, wat hij eigenlijk als ongepast beschouwt. In de Griekse cultuur werd zelfpromotie als onwijs gezien.
Gedwongen tot Zelfverdediging
Paulus zegt dat de Korinthiërs hem tot deze "dwaasheid" hebben gedrongen. Hij had verwacht dat zij zijn apostelschap zouden verdedigen tegen valse leraren. In plaats daarvan moest hij zichzelf verdedigen, wat hem pijnlijk was. De uitdrukking "gij hebt mij daartoe gedrongen" toont zijn teleurstelling.
Vergelijking met de "Uitnemende Apostelen"
De "uitnemende apostelen" (hyperlian apostolon) verwijst waarschijnlijk naar de twaalf apostelen uit Jeruzalem, met name Petrus, Jakobus en Johannes. Paulus stelt dat hij in niets tekortkomt vergeleken met hen, ondanks dat hij zichzelf als "niets" beschouwt.