De Gedeeltelijke Hervorming van Koning Joram
2 Koningen 3:2 beschrijft een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van het noordelijke koninkrijk Israël. Het vers luidt: 'Hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEERE, doch niet gelijk zijn vader en zijn moeder; want hij deed de zuil van Baäl weg, die zijn vader gemaakt had.'
Koning Joram: Tussen Twee Werelden
Joram (ook wel Jehoram genoemd) was de zoon van de beruchte koning Achab en koningin Izebel. Zijn regeringsperiode (ongeveer 852-841 v.Chr.) wordt gekenmerkt door een paradoxale houding ten opzichte van de godsdienst. Enerzijds deed hij 'wat kwaad was in de ogen van de HEERE', anderzijds was hij 'niet gelijk zijn vader en zijn moeder'.
De Betekenis van 'De Zuil van Baäl'
Het Hebreeuwse woord voor 'zuil' is 'massebah', wat verwijst naar een rechtopstaande steen die als religieus monument diende. Achab had een specifieke Baäl-zuil opgericht, waarschijnlijk ter ere van de Kanaänitische god Baäl, wiens aanbidding door Izebel werd gepromoot. Door deze zuil weg te doen, maakte Joram een symbolische breuk met het extreme Baälisme van zijn ouders.