De Context van 2 Koningen 22:7
2 Koningen 22:7 speelt zich af tijdens een van de meest belangrijke momenten in de geschiedenis van Juda. Koning Josia, die regeerde van ongeveer 640-609 v.Chr., was bezig met een grootschalige restauratie van de tempel in Jeruzalem. Dit vers luidt: "Alleen hoefde men van hen geen rekenschap te eisen van het geld, dat hun toevertrouwd werd, omdat zij te goeder trouw handelden."
Betekenis van de Hebreeuwse Woorden
Het Hebreeuws gebruikt hier het woord "be'emunah" (באמונה) voor "te goeder trouw". Dit woord komt van de wortel "aman" (אמן), waarvan ook het woord "amen" afkomt. Het betekent getrouwheid, betrouwbaarheid en integriteit. De uitdrukking "lo yechashev" (לא יחשב) betekent letterlijk "men hoefde niet te rekenen" of "geen rekenschap af te leggen".
Historische Achtergrond
Koning Josia was een uitzonderlijke koning in een tijd van geestelijke en morele verval. Zijn voorgangers hadden de tempel laten vervallen en afgoderij toegelaten. Josia bracht een radicale hervorming teweeg, waarbij hij de tempel liet restaureren en de ware eredienst herstelde. Het feit dat hij de werkmannen volledig vertrouwde zonder controle, toont het karakter van zowel de koning als de arbeiders.