De Context van Manasse's Afvalligheid
2 Koningen 21:6 beschrijft een van de donkerste momenten in de geschiedenis van Juda onder koning Manasse. De tekst luidt: 'Hij liet zijn zoon door het vuur gaan, bedreef toverij, voorspelde uit tekenen, en stelde waarzeggers en geestenbezweerders aan. Hij deed veel kwaad in de ogen van de HEERE en verwekte zijn toorn.'
Analyse van de Heidense Praktijken
Kinderoffers ('door het vuur laten gaan')
De meest schokkende praktijk die Manasse invoerde was het kinderofferen, waarschijnlijk aan de Kanaänitische god Molech. Deze praktijk was streng verboden in de Wet van Mozes (Leviticus 18:21, 20:2-5). Het Hebreeuwse 'העביר באש' (he'evir ba'esh) betekent letterlijk 'doen overgaan door het vuur', wat verwijst naar het offeren van kinderen in vuuraltaren.
Toverij en Waarzeggerij
Het Hebreeuwse woord voor toverij 'כִּשֵּׁף' (kišef) verwijst naar magische praktijken die bedoeld waren om bovennatuurlijke kracht te verkrijgen. De waarzeggers ('אוֹב', ov) en geestenbezweerders ('יִדְּעֹנִי', yidoni) waren mensen die beweerden contact te kunnen maken met de geestenwereld om de toekomst te voorspellen of raad te krijgen van overledenen.